Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6.

Artikel 36

Gegevens en voorschriften

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1.. Een vergunning bevat - voorzover van toepassing - in ieder geval de volgende gegevens: de periode waarvoor de vergunning geldt; het gebied waarvoor de vergunning geldt; de tijden waarvoor de vergunning geldt; h het kenteken of de kentekens van het motorvoertuig of van de motorvoertuigen waarvoor de vergunning is verleend. 2.. Aan een vergunning worden - voor zover van toepassing - in ieder geval de volgende voorschriften verbonden: de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken is vermeld op de vergunning of in het digitale parkeerbelastingbestand. een parkeervergunning geldt voor het parkeren van één motorvoertuig op één parkeerapparatuurplaats. 3.. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden ter bescherming van: het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu. overige belangen in verband met regulering van het gebruik van plaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel