Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 9

De bewonersvergunning

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1. . Het college kan een bewonersvergunning verlenen aan de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een adres, gelegen in een vergunninggebied en een bewoner van dat adres niet beschikt of niet kan beschikken over een stallingsplaats en/of een belanghebbendenparkeerplaats binnen de gemeente Amsterdam. 2. . Het college kan in nadere regels bepalen dat per adres nul, één of twee bewonersvergunningen kunnen worden verleend. Op de adressen waar twee bewonersvergunningen kunnen worden verleend, geldt als voorwaarde voor het verlenen van een tweede bewonersvergunning dat de bewoner of bewoners van dat adres houder zijn van ten minste twee motorvoertuigen. 3. . Het college kan in nadere regels bepalen dat in vergunninggebieden buiten de Ring A-10 en in de vergunninggebieden in stadsdeel Noord per adres maximaal drie parkeervergunningen kunnen worden verleend, indien de parkeerdruk het toelaat en de bewoner of bewoners van dat adres houder zijn van ten minste drie motorvoertuigen. 4. . Indien binnen een vergunninggebied twee bewonersvergunningen per adres kunnen worden verleend, wordt het aantal stallingsplaatsen en belanghebbendenparkeerplaatsen waar bewoners of een bewoner van dat adres over beschikken of kunnen beschikken afgetrokken van het maximum aantal te verlenen bewonersvergunningen per adres. 5. . Het college kan in nadere regels bepalen dat het maximum aantal te verlenen bewonersvergunningen wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen en milieuparkeervergunningen voor bedrijven. 6. . Het aantal te verlenen bewonersvergunningen wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende milieuparkeervergunningen voor bewoners. 7. . In afwijking van het eerste lid kan aan een persoon die normaliter over een stallingsplaats en/of een belanghebbendenparkeerplaats in een bepaald vergunninggebied beschikt of kan beschikken als bedoeld in het eerste lid, een tijdelijke bewonersvergunning voor hetzelfde vergunninggebied worden verleend wanneer hij als gevolg van wegwerkzaamheden door of in opdracht van de gemeente tijdelijk niet over de stallingsplaats en/of de belanghebbendenparkeerplaats kan beschikken. Deze persoon hoeft niet de houder te zijn van het voertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en hoeft ook niet in het betreffende vergunninggebied woonachtig te zijn. In afwijking van het bepaalde op grond van het tweede en derde lid kan per stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats een vergunning worden verleend. 8. . Een bewonersvergunning kan op aanvraag van een bewonersvergunninghouder overgaan op een andere bewoner van hetzelfde adres die op het moment van aanvraag tenminste zes maanden gezamenlijk met de bewonersvergunninghouder op hetzelfde adres woonachtig was en voldoet aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden. 9. . In afwijking van het eerste lid kan het college in de vergunninggebieden in stadsgebied Weesp, zoals vastgesteld in de vigerende Verordening Parkeerbelastingen Amsterdam, ook een bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die beschikt of kan beschikken over een solitaire inpandige stallingsplaats of garagebox die in open verbinding, eventueel afsluitbaar door een deur, staat met de woonruimte op het adres.

Rechtspraak bij dit artikel