**1..** Een bewonersvergunning kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een zelfstandige woning, gelegen in een vergunninggebied, en een bewoner van die zelfstandige woning niet beschikt of niet kan beschikken over een stallingsplaats en/of een belanghebbendenparkeerplaats binnen de gemeente Amsterdam.
**2..** Per zelfstandige woning kunnen, behoudens het derde lid, maximaal twee bewonersvergunningen worden verleend, indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald en de bewoner of bewoners van die zelfstandige woning houder zijn van ten minste twee motorvoertuigen.
**3..** In vergunninggebieden buiten de Ring A10 en in de vergunninggebieden in stadsdeel Noord kunnen per zelfstandige woning maximaal drie bewonersparkeervergunningen worden verleend, indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald, de parkeerdruk het toelaat en de bewoner of bewoners van die zelfstandige woning houder zijn van ten minste drie motorvoertuigen.
**4..** Indien binnen een vergunninggebied twee of drie bewonersvergunningen per zelfstandige woning kunnen worden verleend, wordt het aantal stallingsplaatsen en belanghebbendenparkeerplaatsen waar bewoners of een bewoner van die zelfstandige woning over beschikken of kunnen beschikken afgetrokken van het maximum aantal te bewonersvergunningen per zelfstandige woning.
**5..** Het aantal te verlenen bewonersvergunningen wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen en milieuparkeervergunningen voor bedrijven indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald.
**6..** Het aantal te verlenen bewonersvergunningen wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende milieuparkeervergunningen voor bewoners.