**1..** Het college trekt een vergunning in, indien:
de vergunninghouder daarom verzoekt;
blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag om de vergunning zou hebben geleid;
niet voldaan of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening of de vigerende Verordening Parkeerbelasting;
de vergunningverlening onjuist was en de vergunninghouder dit wist of behoorde te weten;
de vergunning is verleend ten behoeve van een motorvoertuig dat niet meer voldoet aan de definitie van een motorvoertuig zoals vermeld op de Wegenverkeerswet gebaseerde Regeling voertuigen.
**2..** Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen, indien:
de vergunninghouder verhuist naar een ander vergunninggebied;
zich een wijziging voordoet in de omstandigheden voorzover die gewijzigde omstandigheden zich verzetten tegen instandlating van de verleende vergunning;
de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
op een adres twee of drie bewonersvergunningen zijn verleend en het vergunningenplafond binnen het desbetreffende vergunninggebied inmiddels is bereikt;
de vergunninghouder de vergunning gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de vergunning is verleend.
**3..** Het college kan een overloopvergunning intrekken indien het vergunningenplafond binnen het vergunninggebied dat als overloopgebied is aangewezen is bereikt.
**4..** Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder d, wordt de houder(s) van de vergunningen de keuze gelaten, of de eerste vergunning, de tweede vergunning dan wel de derde vergunning wordt ingetrokken.
**5..** Indien de houder(s) van de vergunningen zelf geen voorkeur aangeven, worden de tweede vergunning en de derde vergunning ingetrokken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6.
Artikel 37
Intrekken van vergunningen
Onderdeel van Parkeerverordening 2013