**1..** De bewonersvergunning, de bedrijfsvergunning, de overloopvergunning, de sportverenigingvergunning, de volkstuinvergunning, de maatschappelijke vergunning, de milieuparkeervergunning voor bewoners, de milieuparkeervergunning voor bedrijven, de autodeelvergunning, de mantelzorgvergunning, de kraskaartvergunning en de bezoekersvergunning zijn geldig in het vergunninggebied waarvoor ze zijn verleend, tenzij de geldigheid is beperkt ingevolge het vierde lid van dit artikel of ingevolge artikel 31, vijfde lid.
**2..** De belanghebbendenvergunning is geldig op de in de vergunning aangegeven plaats of plaatsen.
**3..** De hulpverlenervergunning, de GA-parkeervergunning voor bewoners, de GA-parkeervergunning voor bezoekers en de stadsbrede autodeelvergunning zijn geldig in alle vergunninggebieden.
**4..** Het college kan in nadere regels bepalen dat de geldigheid van de parkeervergunningen binnen een vergunninggebied naar plaats gedurende bepaalde tijden wordt beperkt.
**5..** Het vierde lid is niet van toepassing op de hulpverlenervergunning, de GA-parkeervergunning en de stadsbrede autodeelvergunning.
**6..** Het college kan bepalen dat een parkeervergunning geldig is in een parkeergarage. Het college kan nadere regels over dit onderwerp stellen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5.
Artikel 28
Plaats van geldigheid van de vergunningen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent parkeren (Parkeerverordening 2013)