Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 22

De GA-parkeervergunning voor bewoners

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent parkeren (Parkeerverordening 2013)

1. . Het college kan maximaal één GA-parkeervergunning voor bestuurders verlenen aan een bewoner indien: de bewoner in het bezit is van een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Bestuurder (B); en de bewoner dan wel een persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven, houder is van een motorvoertuig. 2. . Het college kan maximaal één GA-parkeervergunning voor passagiers verlenen aan een bewoner indien de bewoner in het bezit is van een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B). 3. . In afwijking van het tweede lid kan het college een GA-parkeervergunning voor passagiers verlenen aan de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige bewoner, indien zowel de wettelijk vertegenwoordiger als de minderjarige bewoner op hetzelfde adres staan ingeschreven. 4. . Het college kan een GA-parkeervergunning voor instellingen verlenen aan een instelling indien: de instelling in het bezit is van een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Instelling (I); en de instelling is gevestigd in de gemeente Amsterdam, met dien verstande dat per Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Instelling (I) maximaal één GA-parkeervergunning voor instellingen wordt verleend. 5. . Een GA-parkeervergunning voor passagiers en instellingen kan voor maximaal drie kentekens worden verleend. 6. . De vergunning kan slechts voor één kenteken tegelijkertijd worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel