Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:
a. de schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
b. het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;
c. de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden;
d. op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schulddienstverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
e. belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt;
f. de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
g. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is.
h. de schuldenaar zich niet aan de afspraken in de schuldregelingsovereenkomst houdt.
Hoofdstuk
Artikel 6
Beëindiginggronden
Onderdeel van Regeling toelating tot de schulddienstverlening gemeente Tubbergen 2013