Gedragingen van belanghebbenden waardoor een verplichting op grond van artikel 9, 9a, 44a en 55 Wwb niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
Tweede categorie:
het in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening en/of de periode gedurende de bijstandsverlening niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing, sociale activering of een participatieplaats als bedoeld in artikel 10a van de wet, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het traject.
het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet, indien van toepassing en voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beeindiging van dat plan van aanpak.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de wet.
het onvoldoende nakomen van verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Wwb of artikel 55 Wwb, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende de vier weken na melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Wwb.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c van de wet.
Derde categorie:
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing, sociale activering of een participatieplaats als bedoeld in artikel 10a van de wet, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject.
het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet, indien van toepassing en voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van dat plan van aanpak.
Vierde categorie:
A Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid