Voordat het college een maatregel oplegt, mag de belanghebbende zijn zienswijze naar voren brengen.
Het college hoeft de belanghebbende niet te horen, als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende al eerder de kans heeft gekregen om zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het volgens het college niet nodig is om de belanghebbende te horen om de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid vast te stellen;
het gedrag van de betrokkene behoort tot de eerste categorie in artikel 9 van deze verordening;
de betrokkene zich ernstig heeft misdragen zoals bedoeld in artikel 12 van deze verordening.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
De belanghebbende horen
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand 2013