Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening. Het college kan in ieder geval besluiten de schuldhulpverlening te beëindigen indien:
Belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen genoemd in artikel 5, eerste en tweede lid;
Belanghebbende voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
Het minnelijke traject tot schuldregelen niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is;
Er een WSNP-verklaring is afgegeven;
Er een aanbod schuldhulpverlening is gedaan op grond van gegevens die nadien onjuist blijken te zijn en, waren de gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
Belanghebbende is komen te overlijden;
Belanghebbende niet langer inwoner is van de gemeente Midden-Delfland en het schuldhulpverleningstraject zich nog in de indicatiefase bevindt of wanneer de schuldregeling inmiddels tot stand is gebracht.
Belanghebbende zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de schuldhulpverlening;
Belanghebbende in staat is om zelf zijn schulden te regelen;
De geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is;
Belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen.
Artikel 7
beëindiginggronden
Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Midden-Delfland 2013