Het college kan aan uitkeringsgerechtigden WWB een premie arbeidsinschakeling verstrekken wanneer die arbeid in deeltijd verricht, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm én wanneer die behoort tot de volgende categorieën personen:
alleenstaande ouders met een volledige zorgtaak voor kinderen in de leeftijd tot 12 jaar of voor gehandicapte kinderen tot 18 jaar;
degenen die een zorgtaak uitvoeren voor bloed- en/of aanverwanten die zonder deze hulp aangewezen zouden zijn op professionele hulp en die door het uitvoeren van deze taak slechts beschikbaar kunnen zijn voor het verrichten van arbeid in deeltijd;
degenen die geheel of gedeeltelijk zijn ontheven van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de wet.
Het recht op de premie wordt jaarlijks beoordeeld en wordt in één of twee termijnen uitbetaald.
De premie arbeidsinschakeling bedraagt 25% van het netto jaarinkomen, maar bedraagt nooit meer dan het in artikel 31, lid 2, onderdeel j van de wet genoemd bedrag.
De uitkeringsgerechtigde die recht heeft op een vrijlating van inkomsten heeft niet gelijktijdig recht op een premie arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk
Artikel 22
Premie Arbeidsinschakeling
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB en IOAW/IOAZ 2013