Een uitkeringsgerechtigde aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.
Een belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken vanaf het moment dat overeenstemming hierover is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
Een persoon die gebruik maakt, gebruik moet maken of gebruik wenst te maken van een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Ioaw, de Ioaz en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen en deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.
Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het derde lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening WWB 2013 en in de Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ.
Indien de belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het derde lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Hoofdstuk
Artikel 6
Verplichtingen van de cliënt
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB en IOAW/IOAZ 2013