Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Verrekenen met de beslagvrije voet bij geen of onvoldoende bezit

Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive

1.. Indien het bezit van de belanghebbende minder bedraagt dan 3 maal de bijstandsnorm die op hem of zijn gezin van toepassing is, dan wordt door het college de bestuurlijke boete gedurende 1 maand verrekend rekening houdend met 50% van de beslagvrije voet. De verrekening vindt plaats direct vanaf het moment dat de bestuurlijke boete is opgelegd. 2.. Direct na de verrekening zoals beschreven in het eerste lid, verrekent het college de bestuurlijke boete in de daaropvolgende 2 maanden zodanig dat de belanghebbende blijft beschikken over een inkomen van 80% van de bijstandsnorm die op hem en/of diens gezin van toepassing is. 3.. Bij die middelen horen naast de uitkering ook de gedeeltelijke vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n en r van de Wet werk en bijstand .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel