Naar hoofdinhoud
Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110 % van de voor hem geldende bijstandsnorm, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet en geen uitzicht heeft op inkomstenverbetering. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die in de referteperiode of op de peildatum een opleiding volgt of heeft gevolgd als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt of heeft gevolgd als genoemd in de WSF 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel