Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkende
aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
vergunninghouderplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.
Een parkeervergunning kan worden verleend aan:
de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer
deze volgens het gemeentelijke basisadministratiesysteem
woont in een gebied waar vergunninghouderplaatsen en/of
mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
(bewonersvergunning), dan wel;
de rechtspersoon, die gevestigd is en/of het beroep of
bedrijf uitoefent in een gebied waar
vergunninghouderplaatsen en/of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
aanwezig zijn (bedrijfsvergunning), dan wel;
degene, die woont in een gebied waar
belanghebbendenplaatsen en/of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van
motorvoertuigen van degene die hem of haar bezoekt, te
noemen een bezoekersvergunning.
het bedrijf, dat een motorvoertuig nodig heeft bij het
verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk
te stellen werkzaamheden, voor zover dit voertuig voor
het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke
omgeving van de betreffende locatie moet worden
geparkeerd (onderhoudsvergunning), dan wel;
de instantie met een zorgverlenende functie, zonder
winstoogmerk (zorgvergunning)
hotels die gevestigd zijn in een gebied waar
vergunninghouderplaatsen en/of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
aanwezig zijn (hotelvergunning)
Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders die niet
voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
voorwaarden.
Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
is.
Burgemeester en Wethouder kan aan een vergunning nadere
voorschriften of beperkingen, anders bedoeld als in het vorige
lid, verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot
bescherming van het belang van beschikbare ruimte.
Hoofdstuk
Artikel 3:
Aanvraag parkeervergunning
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren