Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste twaalf maanden
verleend.
Nadat een eerste vergunning is verleend, kan een vergunning voor
aansluitende tijdvakken worden verlengd door voldoening van de
verschuldigde belasting door de vergunninghouder minimaal één
maand voor het verstrijken van de lopende
vergunningstermijn.
Bij niet tijdige betaling vervalt de parkeervergunning van
rechtswege.
Hoofdstuk
Artikel 5:
Geldigheidsduur parkeervergunning
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren