De vergoedingen in het forfaitair stelsel van het BPB zijn
gerelateerd aan de gemiddelde werkbelasting in diverse zaaktypen.
Bij een zaak van gemiddeld gewicht als bedoeld in onderdeel C1 van het BPB wordt de wegingsfactor gesteld op 1.
Een WOZ-zaak is van gemiddeld gewicht als er sprake is van een
volledig onderbouwd waardebezwaar, ongeacht of de informatie in één
of meerdere onderdelen wordt aangeleverd en ongeacht of de
onderdelen door verschillende personen zijn ondertekend.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
wegingsfactor vastgesteld op:
factor 0,25, indien er sprake is van een zeer lichte
zaak.
is sprake van een zeer lichte zaak indien:
het bezwaarschrift kennelijk gegrond is;
er sprake is van een onjuiste registratie van een
bijgebouw;
er sprake is van onjuiste registratie van
objectkenmerken en maatvoering;
een kenbare schrijffout in de
beschikking/belastingaanslag is gemaakt;
het bezwaarschrift uitsluitend verwijst naar een
bezwaar uit een eerder belastingjaar;
het bezwaarschrift marginaal is onderbouwd;
het bezwaarschrift slechts een verwijzing naar een
eigen beroepsprocedure bevat;
in het bezwaarschrift expliciet wordt aangegeven dat
een onderbouwing later volgt;
het bezwaarschrift is gericht tegen het niet tijdig
nemen van een besluit;
het bezwaarschrift zich richt tegen de
tenaamstelling van de aanslag;
het bezwaarschrift zich richt tegen de
belastingplicht (bijvoorbeeld het zijn van eigenaar
of gebruiker van de onroerende zaak waarop de
belasting betrekking heeft);
het bezwaarschrift zich richt tegen het aantal
honden waarvoor de aanslag hondenbelasting is
opgelegd.
Voor het WOZ-bezwaar tegen de WOZ-beschikking geldt factor
0,50, indien er sprake is van een lichte zaak.
is sprake van een lichte zaak indien:
er sprake is van een onjuiste objectafbakening;
de WOZ-waarde wordt verlaagd vanwege een eigen
transactiecijfer;
een onjuist gestandaardiseerd voortgangspercentage
bij een object in aanbouw is gehanteerd;
de WOZ-waarde wordt verlaagd vanwege een buiten het
bezwaarschrift gelegen grond;
het bezwaarschrift zich uitsluitend richt op de
volledigheid van het taxatieverslag of op Het
ontbreken van een deugdelijke motivering zonder
nadere visie en onderbouwing van de waarde;
in het reeds gemotiveerde bezwaarschrift wordt
aangegeven dat relevante informatie op een later
moment in een apart document zal worden
toegezonden;
Het bezwaar tekstueel in hoofdzaak overeenkomt met
andere zaken van de betreffende gemachtigde.
Voor het WOZ-bezwaar tegen de WOZ-beschikking geldt factor
1,5, indien er sprake is van een zware zaak handelend over
de waarde van een woning of niet-woning.
is sprake van een zware zaak indien:
deze inhoudelijk of juridisch als bijzonder
ingewikkeld c.q. complex of omvangrijk moeten worden
aangemerkt;
meerdere rechtsgebieden/regelgevingen een relevante
rol spelen;
Voor het WOZ-bezwaar tegen de WOZ-beschikking geldt factor
2, indien er sprake is van een zeer zware zaak ten aanzien
van een object niet zijnde een woning.
is sprake van een zeer zware zaak indien:
deze inhoudelijk als zeer omvangrijk moeten worden
aangemerkt;
Het een zaak betreft met zeer complexe aspecten
waarbij het bezwaarschrift blijk geeft van relevante
specialistische kennis die op de juiste wijze is
toegepast.
Per individuele zaak wordt beoordeeld, welke
wegingsfactor van toepassing is.
Bij het bepalen van een lagere wegingsfactor heeft
artikel 5
lid 2 sub b voorrang op artikel 5 lid 2 sub
a.
Bij het bepalen van een hogere wegingsfactor heeft
artikel 5
lid 2 sub d voorrang op artikel 5 lid 2 sub
c.
Artikel 3.
Wegingsfactor
Onderdeel van Beleidsregels proceskostenvergoeding in fiscale bezwaarprocedures 2013