De uitkering van de alleenstaande bedraagt:
tenminste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, eerste lid, van de wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee;
ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 20 lid 1 van de wet, vermeerderd met het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag.
De uitkering van de alleenstaande ouder bedraagt:
tenminste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, tweede lid, van de wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee;
ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, tweede lid, van de wet, vermeerderd met het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag.
De uitkering aan gehuwden bedraagt:
tenminste 80% van het bedrag zoals genoemd in artikel 21, eerste lid, van de wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee;
ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 21, eerste lid, van de wet.
Hoofdstuk 6
Artikel 10
cumulatie
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee