Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Medebewoners, kostgangers, onderhuur

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee

1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag, indien er sprake is van bijstandsverlening aan een alleenstaande of alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kind(eren) in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag wordt bepaald op het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag. 2.. De toeslag, als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder bepaald op het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien in diens woning uitsluitend één of meer niet ten laste komende kinderen hun hoofdverblijf hebben; in diens woning een ander, die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, in diens woning op grond van een commerciële overeenkomst een of meer kostgangers of onderhuurders hun hoofdverblijf hebben, bepaald op 50% van het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag. 4.. De toeslag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder, die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een ander, wordt bepaald op: het in artikel 25 van de wet genoemde maximum bedrag, indien er sprake is van een commerciële overeenkomst; geen toeslag, indien er sprake is van een niet als commercieel aan te merken overeenkomst of van het ontbreken van enige overeenkomst. 5.. De bijstandsnorm wordt niet verhoogd met een toeslag, indien de alleenstaande of alleenstaande ouder, zonder een commerciële overeenkomst in diens woning een of meerdere personen als medebewoner, kostganger of onderhuurder heeft wonen.

Rechtspraak bij dit artikel