Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Medebewoning, kostgangers, onderhuur

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Goeree-Overflakkee

1.. Op de bijstandsnorm voor gehuwden vindt geen verlaging plaats, indien in hun woning een of meer niet ten laste komende kinderen hun hoofdverblijf hebben; in diens woning een ander, die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt, of die als verzorgingsbehoeftige door belanghebbende wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met 50% van het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien in de woning van de belanghebbenden een of meer medebewoners, kostgangers of onderhuurders hun hoofdverblijf hebben. 3.. De bijstandsnorm voor gehuwden, die hun hoofdverblijf hebben in de woning van een ander, wordt verlaagd met: het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien er sprake is van een niet als commercieel aan te merken overeenkomst, dan wel van het ontbreken van een overeenkomst; geen verlaging, indien er sprake is van een commerciële overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel