Op grond van artikel 4:25 Awb kan, indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald, een subsidieplafond worden ingesteld. Daarmee wordt gedoeld op de mogelijkheid een maximaal bedrag vast te stellen, dat beschikbaar is voor subsidiëring van een bepaalde (groep van) activiteit(en). Als het budget op is kunnen verdere aanvragen zonder meer worden afgewezen, ook al voldoet de aanvrager wel aan de regels om voor subsidiëring in aanmerking te komen.
Bij de instelling van een subsidieplafond dient vooraf bekend gemaakt te worden hoe het budget zal worden verdeeld, bijvoorbeeld via inhoudelijke criteria of via het principe "wie het eerst komt, het eerst maalt". Bekend geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:42 Awb, dat wil zeggen in een van overheidswege uitgegeven -eventueel elektronisch - blad dan wel in een dag-, nieuws- of huis aan huis blad.
Het is mogelijk een subsidieplafond tussentijds te verlagen, als daar aanleiding toe is. Instelling van een plafond is met name aangewezen in geval er sprake is van een automatisch recht op subsidie, als aan bepaalde objectieve criteria wordt voldaan en er met andere woorden dus geen sprake is van beleidsvrijheid aan de zijde van het bestuursorgaan bij de verdeling van een budget. Omdat van te voren moeilijk te bepalen is wanneer de noodzaak tot instelling van een subsidieplafond zal bestaan wordt de bevoegdheid aan het college geattribueerd.