Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat
betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de
woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om
belanghebbenden die voor het dagelijks zittend verplaatsen
zijn aangewezen op een rolstoel.
Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik,
waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders,
bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen
niet onder dit te bereiken resultaat.
De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor
het verplaatsen in en rond de woning.
Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks
zittend gebruik, dan wordt door het college een programma
van eisen opgesteld. Indien het college dit nodig acht wordt
dit programma van eisen opgesteld door een (medisch)
adviseur.
Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura
of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de
rolstoel die belanghebbende zou hebben gekregen als
voorziening in natura als uitgangspunt genomen voor de
hoogte van het bedrag.
Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld
betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de
rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een
ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 6.
Artikel 12.
Afwegingskader
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,