Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 6.

Artikel 12.

Afwegingskader

Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,

Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om belanghebbenden die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen niet onder dit te bereiken resultaat. De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning. Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik, dan wordt door het college een programma van eisen opgesteld. Indien het college dit nodig acht wordt dit programma van eisen opgesteld door een (medisch) adviseur. Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die belanghebbende zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen voor de hoogte van het bedrag. Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel