Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen
zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle
mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Dat kunnen ook
fietsen in bijzondere uitvoering zijn, zoals fietsen met
trapondersteuning en dergelijke.
Als het college dient te compenseren zal allereerst gekeken
worden waar de vervoersbehoefte van de belanghebbende uit
bestaat.
Aan de hand van deze vervoersbehoefte zal het college
beoordelen of deze behoefte bij een persoon met een maximale
loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een
systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij
houdt het college rekening met de persoonskenmerken en
behoeften van de belanghebbende.
Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere
individuele voorziening dient een afstand van 1500 - 2000 km
per jaar te kunnen worden afgelegd. Indien daar aanleiding
voor is kan het college dit aantal kilometers ophogen. Bij
dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere,
verstrekte, voorziening zoals een scootmobiel, meegenomen
worden wat invloed kan hebben op het aantal kilometers.
Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter
zal het college beoordelen of naast een voorziening als
collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet
worden voor de zeer korte afstand.
Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter,
maar minder dan 800 meter, zal het college beoordelen of een
voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is.
Indien collectief vervoer niet mogelijk is, kan het college
een individuele voorziening in de vorm van een voorziening
in natura (taxipas, rolstoeltaxipas) of een persoonsgebonden
budget te besteden aan vervoer verstrekken.
Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn
van de auto, beoordeelt het college of er sprake is van
meerkosten ten opzichte van de periode voordat de
beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking
voor een individuele voorziening.
Voorzieningen kunnen door het college verstrekt worden in
natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die de
belanghebbende als voorziening in natura zou ontvangen voor
het college uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag.
Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden
gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Zo kan
het noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt vervoerd
(vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen)
zodat het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke
begeleider gratis plaats vindt.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 7.
Artikel 14.
Afwegingskader
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,