1. Een persoonsgebonden budget
Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om
zelf hulp bij het huishouden of een voorziening mee aan te
schaffen of te betalen. Het college bepaalt of een
persoonsgebonden budget wordt toegekend. Op dit
persoonsgebonden budget kan een eigen bijdrage in mindering
worden gebracht, tenzij het om een rolstoel gaat. Het
verschil tussen een persoonsgebonden budget en een
financiële tegemoetkoming is klein. Helder is wel dat bij
een bouwkundige woningaanpassing niet gesproken kan worden
van een persoonsgebonden budget, omdat die aan de eigenaar
moet worden uitbetaald.
In de parlementaire behandeling van de Wmo is aangegeven dat
er uitzonderingen mogelijk zijn op deze keuzevrijheid,
vooral als het gaat om personen waarvan verwacht kan worden
dat zij niet met het beschikbare geld kunnen omgaan. In het
Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 is
vastgelegd wanneer er geen persoonsgebonden budget wordt
verstrekt.
Naast deze uitzonderingen komt het voor dat bij een
belanghebbende met een zeer progressief ziektebeeld al op
voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de
voorziening nodig is, wellicht daarna weer. Dan is een
persoonsgebonden budget niet het gewenste
verstrekkingmiddel.
Het college verstrekt een persoonsgebonden budget alleen ten
aanzien van individuele voorzieningen. Dat betekent dat bij
algemene voorzieningen geen persoonsgebonden budget
verstrekt wordt. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft
dit in diverse uitspraken. Voor deze voorzieningen geldt ook
de eigen bijdragen systematiek niet.
Het college bepaalt de omvang van het persoonsgebonden
budget. De bedragen zijn vastgelegd in het Besluit
voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 .
Voor de hoogte van het persoonsgebonden budget voor
voorzieningen maakt het college per toekenning een
berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de
voorziening aan te schaffen en dus de bestaande problemen
voldoende te compenseren. De kosten van de voorziening als
de voorziening in natura zou worden verstrekt zijn daarbij
uitgangspunt.
In de beschikking vermeldt het college wat de omvang van het
persoonsgebonden budget is en voor hoeveel jaar het
persoonsgebonden budget bedoeld is. Om volstrekt duidelijk
te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te
worden aangeschaft en meer precies: aan welke vereisten de
aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een zo
nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de
beschikking gevoegd. Hierdoor kan voorkomen worden dat door
onduidelijkheid over de eisen die aan de voorziening gesteld
moeten worden een verkeerde voorziening wordt aangeschaft.
Dat wil zeggen een voorziening waarmee het beoogde resultaat
niet bereikt kan worden. Dat zou tot inadequate
voorzieningen kunnen leiden, waardoor het te bereiken
resultaat, het compenseren van problemen, niet bereikt
wordt, wat op zich weer tot nieuwe aanvragen aanleiding zou
kunnen zijn.
Het college neemt in de beschikking ook op dat er een eigen
bijdrage/eigen aandeel in de kosten verschuldigd is. Omdat
die eigen bijdrage vastgesteld en geïnd zal worden door het
CAK, zal uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.
Zodra de beschikking door het college is verzonden, wordt
het persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld.
De controle van het persoonsgebonden budget vindt plaats
nadat met het Pgb een voorziening is aangeschaft of in het
geval van het inkopen van diensten jaarlijks of als het een
hoog Pgb betreft meerdere keren per jaar. Iedere
budgethouder dient een verantwoording van het Pgb in te
dienen en daarbij de volgende stukken te overleggen: de
nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een
betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening of een
overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. Er
wordt gecontroleerd of het persoonsgebonden budget besteed
is aan het doel waarvoor het verstrekt is en volgens de
afspraken in de beschikking. Is dat het geval, dan hoeft er
verder niets te gebeuren. Is het persoonsgebonden budget
anders besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen
het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te
vorderen. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel
is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In
die laatste situatie kan overlegd worden dat deze situatie
in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet
afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot
wat er bewust onjuist is gedaan.
In het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013
staat wanneer bij een persoonsgebonden budget een eigen
bijdrage verschuldigd is.
2. De financiële tegemoetkoming
Naast het persoonsgebonden budget kan ook een financiële
tegemoetkoming worden toegekend. Het aantal mogelijkheden
voor een financiële tegemoetkoming is beperkt: het zal gaan
om een bouwkundige woonvoorziening, uit te betalen aan de
eigenaar van de woning, een verhuiskostenvergoeding, een
autoaanpassing of een financiële tegemoetkoming voor gebruik
van een taxi of een rolstoeltaxi.
Bij een financiële tegemoetkoming kan ook een eigen
bijdrage, het eigen aandeel genoemd, verschuldigd zijn. In
het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 staat
wanneer een eigen aandeel verschuldigd is.
Het college neemt in de beschikking op dat er een eigen
aandeel in de kosten verschuldigd is. Omdat deze eigen
bijdrage vastgesteld en geïnd zal worden door het CAK, zal
uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.
3. De voorziening in
natura
Bij een voorziening in natura verstrekt het college deze.
Het college heeft met diverse partijen contracten afgesloten
voor het leveren van diensten en het leveren en onderhouden
van voorzieningen.
Voor een voorziening in natura kan een eigen bijdrage in de
kosten verschuldigd zijn. In het Besluit voorzieningen Wmo
gemeente Waterland 2013 staat wanneer een eigen bijdrage
verschuldigd is
Het college neemt in de beschikking op dat er een eigen
bijdrage verschuldigd is. Omdat die eigen bijdrage
vastgesteld en geïnd zal worden door het CAK, zal
uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 9.
Artikel 18.
Afwegingskader
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,