Het college kan een onderzoek laten uitvoeren om te bepalen
of er al dan niet sprake is van medische noodzaak. Uit de
jurisprudentie blijkt dat indien een belanghebbende geen
medewerking verleent de aanvraag afgewezen mag worden op
grond van de onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen,
mits het inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de
medische noodzaak niet vast te stellen is. Er zal dus altijd
beoordeeld moeten worden of op een andere wijze de medische
noodzaak vastgesteld kan worden.
Belanghebbende moet die gegevens die noodzakelijk zijn voor
het beoordelen van de aanvraag aan het college verschaffen.
Hierbij kan gedacht worden aan medische, maar ook aan
financiële gegevens of aan medische indicatiegegevens op
grond van de AWBZ. Bij medische gegevens komt het frequent
voor dat informatie van de behandelende sector noodzakelijk
is. Dit kan – zeker als dit schriftelijk moet - geruime tijd
in beslag nemen. Dat werkt vertragend op de doorlooptermijn
van de aanvraag. Ook in dit soort situaties kan met
inschakeling van de belanghebbende vaak sneller over de
benodigde gegevens beschikt worden, vooral indien de
belanghebbende aangeeft welk (grote) belang hij heeft bij
het verstrekken van de gevraagde informatie aan de medische
adviseur. Het opvragen van medische gegevens bij de
behandelende sector vindt uitsluitend plaats met toestemming
van de belanghebbende.
Bij de medische advisering moet de systematiek zoals
neergelegd in de International Classification of Functions,
Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF
classificatie, gebruikt worden. Zie ook bijlage 2 en 3. De
ICF is een classificatie van het menselijk functioneren. De
classificatie is systematisch geordend in
gezondheidsdomeinen en met de gezondheid verband houdende
domeinen. Op elk niveau zijn de domeinen verder gegroepeerd
op grond van gemeenschappelijke kenmerken, en in een
zinvolle ordening geplaatst. Van de zeer uitgebreide
ICF[1] zijn vooral de lijsten
met ‘functies’ en ‘activiteiten en participatie’ van belang.
De adviseur dient van de ICF gebruik te maken op de volgende
wijze. Door de adviseur wordt allereerst aangegeven om welke
stoornissen het bij de belanghebbende gaat (de ICF is
gericht op functiestoornissen). Het gaat daarbij vooral om
de zogenaamde classificatie op het tweede niveau, en dan
vooral in de vorm van de op het tweede niveau aangegeven
functies. Hierbij dienen alleen die functies genoemd te
worden die relevant zijn voor de aanvraag, omdat een
volledig overzicht geen meerwaarde heeft. Indien dat wel het
geval is moeten ook niet direct relevante functies worden
aangegeven. Problemen met functies leiden tot stoornissen
bij activiteiten en participatie. Het is op dit niveau dat
de compensatie op basis van de Wmo plaats zal moeten vinden.
Ook bij de vermelding van deze stoornissen in ‘activiteiten
en participatie’ zal gebruik gemaakt worden van het
begrippenkader van de ICF. Samengevat betekent dit dat de
medische adviseur in het licht van de aanvraag de stoornis
en de daaruit volgende beperkingen evenals de mate van die
beperkingen dient te vermelden, gerelateerd aan de mogelijke
compensatie of de te verstrekken voorzieningen, waarbij het
vocabulaire van de ICF wordt gebruikt.
Het college beoordeelt het medisch advies en besluit tot
(gedeeltelijke) toekenning of afwijzing van de aangevraagde
compensatie/voorziening.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 10.
Artikel 20.
Criteria
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,