Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen
betreffende levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks
nodig zijn en zo nodig de bereiding van maaltijden.
Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
gebruikelijke zorg. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan
van de mogelijkheid om naast een volledige baan een
huishouden te voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid
van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten
zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden.
Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden
van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Hier kan wel voor
geïndiceerd kunnen worden.
Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te
denken aan het gebruik van een boodschappenservice, zowel
die beschikbaar gesteld zijn door supermarkten, Wonen Plus
of andere vrijwilligersorganisaties. Als het gaat om het
bereiden van maaltijden kan bekeken worden of vormen van
maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en klare
maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn.
Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de
situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen
gewend of bereid zijn deze boodschappen te doen en of
maaltijden te bereiden.
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
van het probleem zal het college compenseren met een
individuele voorziening.
Bij boodschappen is het uitgangspunt: één maal in de week
boodschappen doen. Een uitzondering wordt door het college
alleen gemaakt als volstrekt helder is dat dit niet in één
maal per week mogelijk is.
De normtijden hiervoor zijn weer de normen zoals voorheen
onder de AWBZ gehanteerd, tenzij de feitelijke situatie tot
een andere norm leidt.
Deze normen worden uitgedrukt in uren.
Het resultaat: beschikken over goederen voor primaire
levensbehoeften, als individuele voorziening, kan door het
college in natura als ook via een persoonsgebonden budget
bereikt worden.
Het college houdt rekening met de belangen van
mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting
een individuele voorziening aan de verzorgde worden
toegekend. Deze voorziening kan dan niet – als het een pgb
betreft - door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat
immers om diens (dreigende) overbelasting. Ook hier gaat het
om een afgeleid recht. Het college kan ook op voorhand
rekening houden met periodes van afwezigheid van de
mantelzorger voor vakantie of anderszins.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 3.
Artikel 6.
Afwegingskader
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,