Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Weging van het gedrag

Onderdeel van Beleidsregels maatregelen WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Velsen

handelen of nalaten van de belanghebbende wordt met inachtneming van de bepalingen van de verordening beoordeeld aan de hand van de volgende stappen. a. De ernst van het feit Dit is de feitelijke constatering door het college van het verwijtbare handelen of nalaten van de belanghebbende. Hieraan koppelt de verordening een standaardmaatregel. b. De mate van verwijtbaarheid In deze fase wordt door het college beoordeeld in welke mate belanghebbende diens handelen of nalaten kan worden verweten. Dit kan leiden tot een verhoging of verlaging van de onder a. bedoelde standaardmaatregel. c. De omstandigheden van persoon en gezin De derde stap is dat het college beoordeelt of een volgens a en b op te leggen maatregel ongewenste effecten heeft. Als dat zo is, wordt de hoogte van de maatregel aangepast. toepassing van het gestelde onder a. b. en c. kan het resultaat zijn dat er een standaard maatregel wordt opgelegd. Ook kan het resultaat zijn dat er een verhoogde of verlaagde maatregel wordt opgelegd. In sommige gevallen zal de bijstand niet worden verlaagd, maar worden volstaan met een waarschuwing.

Rechtspraak bij dit artikel