Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 11.

Participatiebanen

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ

1.. Het college kan aan de persoon, bedoeld in artikel 2, lid 1, een participatieplaats met behoud van het recht op WWB, IOAW of IOAZ aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling. Waarbij voor tenminste 12 uur per week additionele, onbetaalde werkzaamheden worden verricht. 2.. Het doel van een participatiebaan is het opdoen van werkervaring dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3.. De duur van de participatiebaan is gemaximeerd tot 2 jaar. 4.. De participatiebaan kan ten hoogste 2 keer voor de duur van één jaar worden verlengd, onder voorwaarde dat deze participatiebaan bij de eerste verlenging bij een andere werkgever wordt ingevuld. 5.. Een verlenging van de duur van een participatiebaan is slechts mogelijk indien een aanmerkelijke verbetering van de arbeidsmarktpositie van de persoon wordt gerealiseerd. 6.. Het college plaatst de in dit artikel bedoelde persoon alleen dan in een (verlengde) participatiebaan indien deze persoon een schriftelijke overeenkomst vóór het ingaan van de (verlengde) participatiebaan mede heeft ondertekend. 7.. Deze overeenkomst wordt aangegaan tussen de gemeente, de werkgever bij wie de participatiebaan wordt vervuld en de uitkeringsgerechtigde. 8.. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de participatiebaan door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 9.. Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen m.b.t. de inzet van participatiebanen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel