**1..** De burgemeester verleent op verzoek vrijstelling van het verbod genoemd in artikel 2:28 eerste lid, aan openbare inrichtingen, indien a. zich in de twaalf maanden na het verlenen van de vergunning geen incidenten gepaard gaande met geweld, geluidsoverlast, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. er geen advies van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur naar voren is gekomen met de uitkomst negatief of er sprake is van een mindere mate van gevaar, dan wel c. er geen sprake is van een situatie waar het Openbaar Ministerie op basis van artikel 26 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen, dan wel d. er geen sprake is dat de exploitant of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd.
**2..** De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor onbepaalde tijd.
**3..** Een vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c of d.
**4..** Indien een vrijstelling voor onbepaalde tijd is ingetrokken, wordt geen nieuwe vrijstelling meer verleend voor tenminste 2 jaren. Dit geldt ook indien er niet tot ambtshalve verlening van een vrijstelling wordt overgegaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28a
Vrijstelling Vergunningsplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland april 2013