Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de Bedrijfsvaartuigen e.d.

Deze verordening verstaat onder: vaartuig: elk vervoermiddel op of in het water, drijvende werktuigen en vlotten daaronder begrepen, hoe dan ook genaamd, van welke grootte, inhoud en inrichting dan ook en door welke kracht zij dan ook in beweging worden gebracht of worden voortbewogen, met uitzondering van woonschepen en voormalige bedrijfsvaartuigen die gebruikt worden als woonschepen; passagiersschip: een vaartuig dat middel van vervoer en/of verblijf is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer en/of verblijf van personen; bedrijfsvaartuig: elk vaartuig dat als magazijn of bergplaats voor goederen of ten behoeve van het uitoefenen van een bedrijf gebruikt wordt; pleziervaartuig: elk vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip; horecabedrijf: een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het tegen vergoeding verstrekken van logies, schenken van dranken of bereiden of verstrekken van spijzen voor directe consumptie; terras: een buiten de besloten ruimte liggend gedeelte van een horecabedrijf waar dranken of spijzen voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en genuttigd; terrasboot: elk niet overdekt vaartuig dat gebruikt wordt als terras; seizoensvergunning voor een terrasboot: een vergunning voor het afmeren van een terrasboot met een geldigheidsduur van maximaal 6 maanden; tijdelijke vergunning voor een terrasboot: een vergunning voor het afmeren van een terras boot met een geldigheidsduur van maximaal 10 aaneengesloten dagen; vaste ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat voor minimaal één jaar door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen of voorwerp, zoals een balk, boom, plank of visbun, mag worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: zaken zoals een steiger en een loopplank; openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; havengebied: al het openbaar water binnen de grenzen van de gemeente dat in beheer en onderhoud is van de gemeente; passantenhaven: een gedeelte van het havengebied dat bestemd is voor het tijdelijk afmeren van pleziervaartuigen; deze gedeelten liggen aan de Beestenmarkt, de Oude Herengracht en aan de Haven. Hiermee zijn niet de particuliere passantenhavens bedoeld. openbare ijs: het ijs dat in de openbare wateren ligt; openbare ijsbaan: het ijs in de Zoeterwoudsesingel tussen de Jan van Houtbrug en de Utrechtsebrug.

Rechtspraak bij dit artikel