Naar hoofdinhoud
1.. Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt zodra het (plaatsvervangend) lid ophoudt afgevaardigde te zijn van het college dat hem heeft aangewezen. 2.. Van elke wijziging in het (plaatsvervangend) lidmaatschap geeft de gemeente die het aangaat, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het openbaar lichaam.

Rechtspraak bij dit artikel