Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Sociaal Medisch Geïndiceerde
kinderopvang Gemeente Valkenburg aan de Geul 2013.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 27 mei 2013.
De raad voornoemd,
A.M. Hoeberigs Drs. M.J.A. Eurlings
griffier voorzitter
Algemene toelichting
Het college is van mening dat het niet wenselijk is de aanzienlijke kosten van kinderopvang geheel voor eigen rekening te laten komen voor personen die op sociaal medische gronden op kinderopvang zijn aangewezen.
Hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de vergoedingen
In deze verordening worden de hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen door gemeente Valkenburg aan de Geul vastgelegd. Daarbij zijn twee uitgangspunten gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de uitvoeringslasten voor zowel gemeente Valkenburg aan de Geul als de aanvragers van de tegemoetkoming zo beperkt mogelijk moeten zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn met de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar zijn.
Artikelsgewijze toelichting Verordening sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang gemeente Valkenburg aan de Geul 2013.
De artikelsgewijze toelichting is beperkt tot die artikelen die ook daadwerkelijk toelichting behoeven.
artikel 2 doelgroep
Een vergoeding op grond van deze verordening wordt alleen verstrekt indien is gebleken dat er sprake is van een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking van een ouder of diens kind. De beperking moet van dien aard zijn dat het kind waarvoor een vergoeding wordt aangevraagd zich zonder de inzet van kinderopvang niet goed en gezond zou kunnen ontwikkelen.
artikel 3 aanspraak op een vergoeding
Een vergoeding wordt slechts verstrekt indien vast staat dat de inzet van kinderopvang noodzakelijk is. Indien blijkt dat er ook kosteloze of goedkopere passende alternatieven zijn dan is er geen sprake van noodzakelijke kinderopvang. Daarbij kan gedacht worden aan familieleden of kennissen die het kind kunnen opvangen of peuterspeelzalen. Ook kan bezien worden, indien er sprake is van een partner, of er mogelijkheden zijn voor de partner om zijn of haar werktijden te wijzigen zodat hij of zij het kind in de betreffende uren kan opvangen.
Desgewenst kan een onafhankelijke instantie worden ingeschakeld om een advies te geven met betrekking tot de noodzaak, frequentie, omvang en eventuele alternatieven te onderzoeken.
artikel 4 de omvang en de duur van de opvang
Het college heeft de mogelijkheid om een vergoeding toe te kennen voor minder uren dan de aangevraagde uren indien het van mening is dat de noodzaak zich tot minder uren beperkt.
Daarnaast heeft het college de mogelijkheid de vergoeding voor een kortere periode dan de aangevraagde periode toe te kennen wanneer het van mening is dat de noodzaak zich tot een kortere periode beperkt. De toekenning van een vergoeding kan echter nooit het kalenderjaar overschrijden. Dit vanwege het feit dat een vergoeding steeds voorlopig wordt toegekend en in het volgende kalenderjaar definitief dient te worden vastgesteld. Wanneer de opvang het kalenderjaar overschrijdt, dient de ouder en diens eventuele partner aan het begin van het nieuwe kalenderjaar een nieuwe aanvraag in te dienen.
artikel 5 te verstrekken gegevens bij een aanvraag
Naast de genoemde gegevens kan het college ook andere gegevens vragen die het nodig acht om een besluit op de aanvraag te kunnen nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verklaring met betrekking tot de werktijden van een ouder, bewijsstukken met betrekking tot de ondervonden beperkingen en bewijsstukken met betrekking tot mogelijke behandelingen van de ondervonden beperkingen die van invloed zouden kunnen zijn op de noodzaak tot het afnemen van kinderopvang. Dit is geen limitatieve opsomming.
artikel 8 de betaling van de tegemoetkoming
Vergoedingen worden maandelijks uitbetaald. Iedere maand dient de ouder de factuur van de betreffende maand te overleggen. Indien uit deze facturen blijkt dat de ouder minder uren opvang afneemt dan de uren waarvoor een tegemoetkoming werd toegekend, kan dit aanleiding vormen om te onderzoeken of de ouder wel heeft voldaan aan zijn inlichtingenplicht.
artikel 9 ingangsdatum van de vergoeding
Aanvragen van een vergoeding met terugwerkende kracht is in beperkte zin mogelijk. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de bepalingen die de Belastingdienst hanteert met betrekking tot het aanvragen van de kinderopvangtoeslag.
artikel 10 hoogte vergoeding
De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de draagkrachtberekening van beide ouders (of verzorger/partner, niet zijnde ouders) tezamen conform de regels bijzondere bijstand van de gemeente Valkenburg aan de Geul. Indien deze regels worden aangepast, gelden de aangepaste regels.
Artikel 12 terugvordering
Bij de werkwijze voor terugvordering, met betrekking tot deze terugvordering, wordt aangesloten bij de WWB.
artikel 13 beperking noodzaak
De ouder en diens eventuele partner zijn verplicht zelf al het mogelijke te doen om ervoor te zorgen dat de noodzaak tot het afnemen van kinderopvang zowel in omvang als in duur zo beperkt mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan het meewerken aan noodzakelijke behandelingen of het gebruik maken van mogelijkheden om de eventuele werktijden aan te passen.
artikel 15 overleggen facturen
In verband met de periodieke betaling zal er maandelijks een controle plaatsvinden op de facturen. Voor het verstrijken van de maand verstrekt het college een inlichtingenformulier aan de ouder waarbij de ouder verzocht wordt de factuur uiterlijk op het door het college vastgestelde tijdstip te overleggen.
HOOFDSTUK 6
Artikel 18
citeertitel
Onderdeel van VERORDENING SOCIAAL MEDISCH GEÏNDICEERDE KINDEROPVANG GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL 2013