**1..** Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot
besluitvorming.
**2..** De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.
**3..** In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben
tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.
**4..** Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.
**5..** De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te
brengen, beginnend bij degene die hij daarvoor bij loting heeft
aangewezen, en daarna het daarop volgende lid van de
presentielijst.
**6..** Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden,
verplicht zijn stem uit te brengen.
**7..** De leden brengen hun stem uit door het woord "vóór" of "tegen"
uit te spreken, zonder enige toevoeging.
**8..** Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft
vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
verandering.
**9..** De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
HOOFDSTUK III › Paragraaf 3
Artikel 25
Stemming over zaken
Onderdeel van Reglement van orde voor de raadsvergaderingen 2013