**1..** Ieder lid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders
schriftelijk vragen stellen.
**2..** De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen
van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven
of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt
verlangd.
**3..** De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
de overige leden van de raad worden gebracht.
**4..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd
bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen
beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
antwoord.
**5..** De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad
meegedeeld.
**6..** De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.
**7..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
de burgemeester of door het college gegeven antwoord.
HOOFDSTUK IV
Artikel 36
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de raadsvergaderingen 2013