Het wettelijk recht als bedoeld in artikel 49, derde lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt verlaagd uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de aangifte inkomstenbelasting of andere bescheiden in de twaalf maanden voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om planschadevergoeding een inkomen heeft genoten ten bedrage van ten hoogste 115% van het wettelijk minimumloon, en wordt ten behoeve van hen vastgesteld op €100,--.
Inwerkingtreding