Lid 1
De bestuurder heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 recht
op een premie, als hij in het uitkeringstijdvak gedurende een periode van
langer dan 6 maanden een voertuig heeft bestuurd.
Lid 2
Bij meerdere inzetbare bestuurders op een specifiek voertuig heeft de
bestuurder en diens plaatsvervangers recht op een evenredige deel van de
premie, als hij in het uitkeringstijdvak, gedurende een periode van langer
dan 3 maanden, een voertuig heeft bestuurd als vermeld in artikel 3 lid
2.
Lid 3
Een ambtenaar is bestuurder of plaatsvervangend bestuurder, indien hij als
zodanig is aangewezen door het afdelingshoofd.