Lid 1
Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een passende of
geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de
functiegebonden toelagen.
Lid 2
Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de
functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een
aflopende compensatie toegekend indien:
de blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de
bezoldiging;
de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste een jaar zonder
wezenlijke onderbreking heeft genoten.
Lid 3
Deze compensatie kent het volgende verloop:
het eerste en tweede jaar na de overplaatsing ontvangt de
ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg
is van het vervallen van de functiegebonden toelagen;
het derde en vierde jaar na de overplaatsing ontvangt de
ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg
is van het vervallen van de functiegebonden toelagen;
Lid 4
Indien de ambtenaar in zijn nieuwe functie geen aanspraak meer kan
maken op bepaalde vaste (onkosten)-vergoedingen wordt hem een aflopende
vergoeding toegekend, die in de eerste drie maanden na aanvang van de
nieuwe werkzaamheden 100% bedraagt van de laatstelijk verleende vaste
vergoedingen) en vervolgens 75, 50 en 25% gedurende de daaropvolgende
perioden van telkens drie maanden. Nadien vervalt de aflopende
vergoeding.