Lid 1
Burgemeester en wethouders bepalen de inrichting en regelen de indiening
van de reis- en verblijfskostendeclaraties.
Lid 2
De ambtenaar dient ten hoogste éénmaal per maand een declaratie in.
Lid 3
De ambtenaar dient uiterlijk in de maand januari de reis- en
verblijfskostendeclaratie over het afgelopen jaar in.
Lid 4
De ambtenaar kan worden verplicht de bewijsstukken van de werkelijke
gemaakte reis- en verblijfskosten over te leggen.
Lid 5
De reis- en verblijfskostendeclaratie wordt door of namens het hoofd van de
afdeling voor akkoord getekend.