**1..** Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor
zover:
deze noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het
voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de
woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij
het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale
verbanden aangaan op te heffen of te verminderen.
deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
adequate voorziening kan worden aangemerkt;
deze in overwegende mate op het individu is gericht.
**2..** Geen individuele voorziening wordt toegekend:
**a..** als de aanvrager verwijtbaar nalatig is geweest in het treffen van
maatregelen;
**b..** als de voorziening voor de aanvrager algemeen gebruikelijk is;
**c..** voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de
woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen;
**d..** voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een
hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;
**e..** voor zover er bij de aanvrager geen sprake is van aantoonbare
meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het
optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt
aangevraagd;
**f..** voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager
voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt.
**g..** als een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft
reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens enige hieraan
voorafgaande verordening op het gebied van voorzieningen
gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of
verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
rekenen.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.6
Beperkingen van de aanspraak op individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2013