Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Olst-Wijhe

1.. Wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18 WWB en artikel 20 IOAW/IOAZ, dan wel de uit de wet, artikel 17 lid 2 WWB, de artikelen 28, tweede lid, artikel 29, eerste lid, of artikel 30 c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de verplichtingen op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ, voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. 2.. De opgelegde maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 3.. De maatregel kan niet meer bedragen dan de bijstandsnorm waarop belanghebbende recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de maatregel betrekking heeft, indien er geen grond voor een maatregel zou zijn geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel