Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 9.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Verordening afstemming WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Pijnacker-Nootdorp 2013

Gedragingen van een belanghebbende waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de WWB dan wel artikel 20 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar uit ‘s rijks kas bekostigd onderwijs te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de WWB; het in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44 a, van de WWB; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren; het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de WWB of artikel 37, eerste lid, onderdeel e van de IOAW/IOAZ, waaronder begrepen sociale activering; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een door het college aangeboden inburgeringsvoorziening; het indienen van een aanvraag voor algemene bijstand gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid van de WWB; het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de WWB; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen van de participatievoorziening niet te willen nakomen, indien dit heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de WWB respectievelijk artikel 38, eerste lid van de IOAW en artikel 38, eerste lid van de IOAZ. Vierde categorie Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel