Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 4

Vergoeding kosten woon-werkverkeer

Onderdeel van Cafetariaregeling 2013

1.. De medewerker dient schriftelijk te verklaren dat hij voor de vergoeding woon-werkverkeer afstand doet van (een deel van) zijn eindejaarsuitkering. Daartoe dient hij het formulier “Aanvraag uitruil reiskosten woon-werkverkeer 2013” in te vullen en te ondertekenen. 2.. Het aanvraagformulier dient voor 1 november 2013 in het bezit te zijn van de salarisadministratie. Later ontvangen aanvragen of onjuist ingediende aanvragen worden niet verwerkt. 3.. Voor de bepaling van het aantal kilometers van het woon-werkverkeer wordt de “kortste route” van het woonadres naar de standplaats berekend, via de routeplanner Routenet. Hierbij wordt uitgegaan van 214 werkbare dagen per jaar. Of de route al dan niet met een vervoermiddel wordt afgelegd evenals het soort vervoermiddel is niet relevant voor de bepaling van het aantal kilometers. 4.. Om deel te kunnen nemen dient de medewerker tenminste 70% van het aantal werkbare dagen (70% van 214 dagen = 150 dagen) naar de standplaats te reizen. 5.. Voor medewerkers die minder werken dan vijf dagen per week, wordt voor de berekening van het aantal kilometers uitgegaan van het feitelijk aantal dagen dat per week wordt gereisd naar de standplaats. 6.. Voor de berekening wordt geen rekening gehouden met kortstondige ziekte of afwezigheid. Van kortstondige ziekte of afwezigheid is sprake als een afwezigheid van maximaal zes aaneensluitende weken in redelijkheid is te verwachten. 7.. De vergoeding per kilometer is gelijk aan de maximaal onbelaste kilometervergoeding als vastgesteld door de Belastingdienst. 8.. De kilometers waarvoor de medewerker reeds een vergoeding ontvangt, worden in mindering gebracht op het in lid 3 van dit artikel bedoelde aantal kilometers.

Rechtspraak bij dit artikel