**1..** Een medewerker zijn levenslooptegoed opnemen conform de bepalingen in hoofdstuk 6a van de CAR-UWO en binnen de fiscale mogelijkheden.
**2..** De medewerker kan zijn levenslooptegoed inzetten voor verlof alleen na instemming van diens leidinggevende. De leidinggevende verleent het verlof in ieder geval voor het opnemen van ouderschapsverlof.
**3..** De leidinggevende voert de bevoegdheden van het college uit, zoals beschreven in artikel 6a:9 van de CAR-UWO.
**4..** Over de opname van verlof, de spreiding van het verlof, indeling eventuele resterende werktijden, de einddatum en de totale duur van het ouderschapsverlof maken de leidinggevende en de medewerker vooraf afspraken en leggen deze schriftelijk vast.
Artikel 4 Opname levenslooptegoed
Artikel 4 Opname levenslooptegoed
Onderdeel van Reglement Levensloopregeling 2013