In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 5 % van de in een straat aanwezige woonruimten een omzettingsvergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2.
In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 5% van de in een woongebouw aanwezige woonruimten en per woonlaag een omzettingsvergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2.
Voor de toepassing van de 5%-norm als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste en tweede lid , worden de woonruimten en/of woongebouwen in eigendom van Tablis Wonen buiten beschouwing gelaten. Op de toewijzing van de woningen in eigendom van Tablis Wonen is hoofdstuk 2 ‘Verdeling van woonruimte’ van deze verordening van toepassing. Deze woningen zijn niet bestemd voor en worden niet gebruikt voor kamerverhuur.
Voor de toepassing van de 5%-norm geldt dat in een straat en/of woongebouw met minder dan 20 woonruimten, dat een omzettingsvergunning kan worden verleend voor tenminste één woonruimte. In overige gevallen vindt voor de berekening van het toegestane maximum aantal per straat en/of woongebouw te vertrekken omzettingsvergunningen een afronding naar beneden plaats op een geheel getal.
In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu wordt clustering van kamerverhuurpanden niet toegestaan en kan slechts een omzettingsvergunning worden verleend, indien
geen omzettingsvergunning voor kamerverhuur is afgegeven voor een woonruimte van een aangrenzende woonruimte op een aangrenzend perceel.
In verband met de te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor een zelfstandige woonruimte een omzettingsvergunning worden verstrekt voor de tijdelijke huisvesting van maximaal 4 personen. Een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur moet minimaal kunnen beschikken over een (gezamenlijke) verblijfsruimte om te wonen, koken en eten en een eigen verblijfsruimte om te slapen voor elke tijdelijk te huisvesten persoon.
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het bestemmingsplan. Bij strijdigheid met het bestemmingsplan kan alleen een
omzettingsvergunning worden verleend, indien deze strijdigheid kan worden weggenomen middels een omgevingsvergunning of herziening van het bestemmingsplan.
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en de bij dan wel krachtens de Woningwet gegeven regels.
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en vijfde lid gebieden en/of woongebouwen aanwijzen waarvoor het percentage als bedoeld in het eerste lid en tweede lid lager wordt vastgesteld en/of de afstandsgrens zoals bedoeld in het vijfde lid in verband met clustering meer moet bedragen dan de naastgelegen woning.
Een aanwijzing als bedoeld in lid 9 geldt voor de duur van 3 jaar. Aansluitend aan de periode van 3 jaar kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing verlengen met een periode van telkens 3 jaar.
Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur, indien:
a. de gevraagde omzetting strijdig is met de criteria genoemd in het eerste tot en met negende lid gegeven;
b. de gevraagde omzetting strijdig is met de krachtens lid 10 gegeven criteria;
c. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op het geordende woon- en leefklimaat in de straat, het woongebouw of de omgeving van de woonruimte, waarop de aanvraag beytrekking heeft.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5