omschrijving
Het is in verband met het voorkomen van hinder of overlast voor bewoners
of gebruikers van nabij gelegen gebouwen of terreinen, gedurende alle
dagen en alle tijdstippen van de dag, verboden om een voertuig met een
koelaggregaat dat in werking is, te parkeren op de weg, behoudens op de
hiertoe aangewezen parkeerterrein(en).
nadere regel(s), beleid, aanwijzingsbesluit(en)
De 8 zuidelijke parkeerplaatsen op het vrachtautoparkeerterrein
aan de Europaweg te Bodegraven, zoals aangegeven op tekening,
bijlage 7, zijn aangewezen als plaatsen waar het parkeren van
voertuigen met een inwerkingzijnd koelaggregaat is
toegestaan;
Deze aangewezen parkeerplaatsen worden aangeduid door plaatsing
van verkeerstekens volgens de borden E08c van het Reglement
Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en onderborden met de
tekst “uitsluitend parkeren voertuigen met een koelaggregaat dat
in werking is ex artikel 5:8 lid 3 Apv”.
toelichting
Bij dit artikel en aanwijzingsbesluit is het doel te voorkomen dat
bewoners en bezoekers van de gemeente hinder of overlast ondervinden van
geparkeerde voertuigen (voornamelijk vrachtauto’s) met een koelaggregaat
dat in werking is. Deze problematiek speelt alleen in de kern
Bodegraven. Daarom worden er in Bodegraven parkeerplaatsen aangewezen
waar het parkeren van dergelijke voertuigen is toegestaan.
De aangewezen parkeerplaatsen op het parkeerterrein aan de Europaweg te
Bodegraven zijn geschikt voor het parkeren van dergelijke voertuigen.
Inventarisaties en het huidige gebruik hebben uitgewezen dat de
aangewezen parkeerplaatsen voldoende voorzien in de parkeerbehoefte van
dergelijke voertuigen.
Met dit aanwijzingsbesluit wordt het huidige beleid met betrekking tot
het parkeren van voertuigen met een koelaggregaat dat in werking is,
bestendigd.
Artikel 5:8 lid 3
Artikel 5:8 lid 3
Onderdeel van Nadere regels, beleid en aanwijzingsbesluiten behorend bij de APV gemeente Bodegraven-Reeuwijk