Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 20.

Beperkingen.

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Elburg 2009

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd: indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en geen andere belangrijke reden aanwezig was; als de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; als de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; indien de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden. voor zover de verstrekking inzake een adequate woonvoorziening meer bedraagt dan € 50.000,00.

Rechtspraak bij dit artikel