1.Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor delangdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebrokenperiode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niethoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm, niet beschikt over meer vermogen als bedoeld in artikel 34 WWB en die geen uitzicht heeftop inkomensverbetering.
2.Er is geen recht op langdurigheidstoeslag indien de belanghebbende op de
peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming
Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel een studie volgt als
genoemd in de Wet Studiefinanciering (WSF 2000).