1.De langdurigheidstoeslag bedraagt:
a. voor een gezin: 20% van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffendekalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro;
b.voor alleenstaande ouders: 20% van de voor hen geldende netto
bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van hetbetreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro;
c.voor alleenstaanden: 20% van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro;
d. in afwijking van onderdeel a: voor een gezin en voor alleenstaande ouders met drie rechthebbende gezinsleden 25% van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro;
e. in afwijking van onderdeel a: voor een gezin en voor alleenstaande ouders met vier of meer rechthebbende gezinsleden 30% van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro.
Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden
a. nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
b.twee of meer gezinsleden overblijven die als gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de toepassing van het eerste liduitsluitend rekening gehouden met deze rechthebbende gezinsleden.
3.Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatumbepalend.
HOOFDSTUK III
Artikel 4
Hoogte van de toeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag WWB 2013