Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.2.

Artikel Gebiedgerichte welstandscriteria historische kern Marken

Artikel Gebiedgerichte welstandscriteria historische kern Marken

Onderdeel van Welstandsnota Waterland 2013

a. Relatie met de omgeving de kleinste en bepalende eenheid van het gebied omvat een enkel vrijstaand pand met individueel karakter en in mindere mate een bouwblok de architectuur moeten bijdragen aan zowel het continue beeld en sfeer van het dorp als aan de herkenbare identiteit van de individuele gebouwen handhaaf de strakke rooilijnen waar zich dit voordoet de rooilijnen dienen te verspringen handhaaf de kleinschalige structuur de nokrichting dient of haaks op, of parallel aan de straat te zijn b. Massa en opbouw van het gebouw aanpassingen moeten worden uitgevoerd conform de architectonische vormtaal van het hoofdgebouw aan- en bijgebouwen dienen zich in principe achter het hoofdgebouw te bevinden en dienen voorzien te zijn van een zadel- of lessenaarsdak bijgebouwen op bleken dienen aan te sluiten bij bestaande bijgebouwen op bleken en moeten zo dicht mogelijk bij de werf of de buurt geplaatst worden; de nokrichting dient in de lengterichting van het bijgebouw te liggen en moet radiaal vanaf het centrum van de werf of buurt liggen waarbij doorzichten zoveel mogelijk worden gerespecteerd aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw dakkapellen dienen ondergeschikt te zijn toegevoegd nieuwe balkons en nieuwe karakteristieke beunen met buitentrap zijn niet toegestaan tenzij het bestemmingsplan hiervoor mogelijkheden geeft bijzondere functies mogen afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, materiaalgebruik en vorm handhaaf de (beperkte) afwisseling in goot- en/of nokhoogte de dakhelling van het hoofdgebouw dient tussen de 40 en 55 graden te liggen zadeldaken zijn gewenst gevellijsten dienen verbijzonderd te worden er dient een duidelijke overgang tussen gevel en dak te zijn (schaduwwerking) handhaaf de kenmerkende opbouw van het gebouw, namelijk, in veel gevallen, een plint / souterrain met daarboven 1 of 2 bouwlagen (met woonfunctie) en zadeldak gevels dienen verticaal geleed te zijn; vooral gevels zichtbaar vanaf de openbare weg 3. Detaillering, materiaal en kleur de elementen in de gevel (deuren, ramen etc) dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel in de detaillering dient een interpretatie van of een reactie op de specifieke (historische) ornamentiek terug te komen indien er goten in het zicht zijn, dienen deze, met inachtneming van de aard van het gebouw, te worden gedetailleerd in overeenstemming met de beeldbepalende belendingen de ramen dienen te bestaan uit een schuifraam met roedeverdeling, soms voorzien van luiken de karakteristieke beunen en trappen aan de buitenzijde dienen van hout te zijn gebruik materiaal dat voor Marken kenmerkend is, namelijk hout (voor gevel, dakgoten, kozijnen en deuren), metselwerk (voor de plint en 'onder huizen') en keramische dakpannen (Oud-Hollandse of opnieuw verbeterde Hollandse pannen in rood of zwart) de opbouw dient van hout te zijn, toegepast in rabat of getrapte weeg het hoofdmateriaal van bijzondere gebouwen mag steen zijn het gebruik van kunststof is niet toegestaan, tenzij sprake is van een gevel (of dakvlak) die (dat) niet (of nauwelijks) zichtbaar is vanaf de openbare buitenruimte; in laatstgenoemde situaties is het, onder de voorwaarde dat sprake moet zijn van houtgelijkende materialen en detailleringen, wel toegestaan kunststof toe te passen gebruik kleuren die voor Marken kenmerkend zijn, lichte bentheimer voor kozijnen, dakgoten windveren en makelaars, donkergroen en zwart bruin voor de houten gevels balkon- en dakterrasafscheidingen, anders dan op traditionele balkons en beunen met buitentrap aan houten huizen, dienen in principe van metaal te zijn met spijlen waardoor een grote openheid ontstaat; de kleur dient donker te zijn; het hekwerk dient in dit geval ruim binnen de dakrand (boeiboord) geplaatst te worden witte steen als hoofddrager is niet toegestaan oeverbeschoeiingen moeten in beginsel worden uitgevoerd in hout en dienen in principe zo laag mogelijk worden gehouden; aanwezige hoogteverschillen moeten met een natuurlijk talud worden opgevangen hekwerken langs oevers dienen op 1 meter afstand van de oever te worden geplaats en dienen een open, transparant karakter te hebben. De hoogte van dergelijke hekwerken is maximaal 1 meter erfafscheidingen die dwars op het water staan dienen 1 meter afstand te bewaren van de oever Schoorstenen dienen in baksteen te worden uitgevoerd

Rechtspraak bij dit artikel