a. Relatie met de omgeving
de kleinste en bepalende eenheid van het gebied omvat een enkel vrijstaand pand met individueel karakter en in mindere mate een bouwblok
de architectuur moeten bijdragen aan zowel het continue beeld en sfeer van het dorp als aan de herkenbare identiteit van de individuele gebouwen
handhaaf de strakke rooilijnen waar zich dit voordoet
de rooilijnen dienen te verspringen
handhaaf de kleinschalige structuur
de nokrichting dient of haaks op, of parallel aan de straat te zijn
b. Massa en opbouw van het gebouw
aanpassingen moeten worden uitgevoerd conform de architectonische vormtaal van het hoofdgebouw
aan- en bijgebouwen dienen zich in principe achter het hoofdgebouw te bevinden en dienen voorzien te zijn van een zadel- of lessenaarsdak
bijgebouwen op bleken dienen aan te sluiten bij bestaande bijgebouwen op bleken en moeten zo dicht mogelijk bij de werf of de buurt geplaatst worden; de nokrichting dient in de lengterichting van het bijgebouw te liggen en moet radiaal vanaf het centrum van de werf of buurt liggen waarbij doorzichten zoveel mogelijk worden gerespecteerd
aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw
dakkapellen dienen ondergeschikt te zijn toegevoegd
nieuwe balkons en nieuwe karakteristieke beunen met buitentrap zijn niet toegestaan tenzij het bestemmingsplan hiervoor mogelijkheden geeft
bijzondere functies mogen afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, materiaalgebruik en vorm
handhaaf de (beperkte) afwisseling in goot- en/of nokhoogte
de dakhelling van het hoofdgebouw dient tussen de 40 en 55 graden te liggen
zadeldaken zijn gewenst
gevellijsten dienen verbijzonderd te worden
er dient een duidelijke overgang tussen gevel en dak te zijn (schaduwwerking)
handhaaf de kenmerkende opbouw van het gebouw, namelijk, in veel gevallen, een plint / souterrain met daarboven 1 of 2 bouwlagen (met woonfunctie) en zadeldak
gevels dienen verticaal geleed te zijn; vooral gevels zichtbaar vanaf de openbare weg
3. Detaillering, materiaal en kleur
de elementen in de gevel (deuren, ramen etc) dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel
in de detaillering dient een interpretatie van of een reactie op de specifieke (historische) ornamentiek terug te komen
indien er goten in het zicht zijn, dienen deze, met inachtneming van de aard van het gebouw, te worden gedetailleerd in overeenstemming met de beeldbepalende belendingen
de ramen dienen te bestaan uit een schuifraam met roedeverdeling, soms voorzien van luiken
de karakteristieke beunen en trappen aan de buitenzijde dienen van hout te zijn
gebruik materiaal dat voor Marken kenmerkend is, namelijk hout (voor gevel, dakgoten, kozijnen en deuren), metselwerk (voor de plint en 'onder huizen') en keramische dakpannen (Oud-Hollandse of opnieuw verbeterde Hollandse pannen in rood of zwart)
de opbouw dient van hout te zijn, toegepast in rabat of getrapte weeg
het hoofdmateriaal van bijzondere gebouwen mag steen zijn
het gebruik van kunststof is niet toegestaan, tenzij sprake is van een gevel (of dakvlak) die (dat) niet (of nauwelijks) zichtbaar is vanaf de openbare buitenruimte; in laatstgenoemde situaties is het, onder de voorwaarde dat sprake moet zijn van houtgelijkende materialen en detailleringen, wel toegestaan kunststof toe te passen
gebruik kleuren die voor Marken kenmerkend zijn, lichte bentheimer voor kozijnen, dakgoten windveren en makelaars, donkergroen en zwart bruin voor de houten gevels
balkon- en dakterrasafscheidingen, anders dan op traditionele balkons en beunen met buitentrap aan houten huizen, dienen in principe van metaal te zijn met spijlen waardoor een grote openheid ontstaat; de kleur dient donker te zijn; het hekwerk dient in dit geval ruim binnen de dakrand (boeiboord) geplaatst te worden
witte steen als hoofddrager is niet toegestaan
oeverbeschoeiingen moeten in beginsel worden uitgevoerd in hout en dienen in principe zo laag mogelijk worden gehouden; aanwezige hoogteverschillen moeten met een natuurlijk talud worden opgevangen
hekwerken langs oevers dienen op 1 meter afstand van de oever te worden geplaats en dienen een open, transparant karakter te hebben. De hoogte van dergelijke hekwerken is maximaal 1 meter
erfafscheidingen die dwars op het water staan dienen 1 meter afstand te bewaren van de oever
Schoorstenen dienen in baksteen te worden uitgevoerd
Hoofdstuk 2 › § 2.2.
Artikel Gebiedgerichte welstandscriteria historische kern Marken
Artikel Gebiedgerichte welstandscriteria historische kern Marken
Onderdeel van Welstandsnota Waterland 2013