Als er geen trendsetter is, voldoet een dakraam
, een zonnepaneel of zonnecollector in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:
a. Plaatsing
afstand vanaf de goot, vanaf de nok en vanaf hart bouwmuur en zijkant dakvlak minimaal 0,50 meter
afstand tot de kil- of hoekkepers (in geval van piramide- of schilddak) minimaal 1.00 meter
op hellende daken vlak aanbrengen, direct op of in het dakvlak, met een hellingshoek gelijk aan het dakvlak
In het landelijk gebied panelen en collectoren bij voorkeur op het verst naar achteren gelegen (minst zichtbare) bijgebouwen en bedrijfsgebouwen plaatsen
b. Hoogte
voor dakvensters verticaal gemeten maximaal 1,20 meter
c. Algemene vormgeving
bij meerdere dakramen, panelen of collectoren regelmatige rangschikking op horizontale lijn
d. Overige
deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader
e. Aanvullende criteria voor zonnepanelen of zonnecollector bij beschermde monumenten en in bijzondere welstandsgebieden
zonnepanelen en zonnecollectoren moeten tenminste 3 meter achter de voorgevel worden geplaatst
zonnepanelen en zonnecollectoren zijn alleen toegestaan op (delen van) dakvlakken die niet of nauwelijks zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte
Hoofdstuk 2 › § 2.4.
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige dakramen, zonnepanelen of zonnecollectoren
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige dakramen, zonnepanelen of zonnecollectoren
Onderdeel van Welstandsnota Waterland 2013